Geschiedenis van Beernem

.

De groene, mysterieuze en lekkere gemeente.

Beernem: een streek met bossen, heide en moeras

Beernem, of zoals men in de 9de eeuw zei: ‘Bernehem’, was duizende jaren lang een desolatie streek met bossen, heide en moeras. De naam komt van het Germaanse ‘birnu’ (beer of modderige plaats in de vorm van een beer) en ‘hamma’ (een landtong die uitspringt in moerassig terrein).

Feodaal was Beernem afhankelijk van ’t Brugse Vrije en bestond uit een lappendeken van heerlijkheden. De bewoning situeerde zich toen hoofdzakelijk ten noorden van het huidige kanaal. Zuidelijk strekte zich van Torhout tot Bellem het woeste en onvruchtbare heidegebied Bulskampveld uit.  

Dit gebied was ooit het hart van het graafschap Vlaanderen en is het meest bosrijke gebied van West-Vlaanderen.  Op het eind van de 18de eeuw werd dit onvruchtbare ‘veld’, deze ‘woestine’ ontgonnen.  Zo ontstond een wat geheimzinnig landschap dat gekenmerkt werd door beekvalleien, heidegebieden, bossen en drevenlandschappen.

geschiedenis van Beernem
wandelen

De rust en de natuur in de ontgonnen gebieden trokken de aandacht van de adel en de Bruse burgerij, die er hun zomer- en buitenverblijf bouwden. Hun sprookjesachtige kastelen liggen nu nog verscholen in het groen.

Oedelem

Oedelem is sinds 906 terug te vinden in geschreven bronnen. De schrijfwijze was toen ‘Udelhem’. De naam komt van ‘odila’ en ‘haima’ en betekent ‘woning van het erfgoed of van het domein’. Een naam die geen verwondering wekt gezien de heren van Praet al in de jaren 900 een ‘Heerlijkheid’ stichtten in Oedelem.

De Oedelemse geschiedenis gaat echter veel vroeger terug in de tijd. In een grafheuvel op Wulfsberge zijn sporen teruggevonden van prehistorische bewoning. Er zijn ook sporen van Romeinse aanwezigheid. In de kleiput van de vroegere steenbakkerij is zelfs een waterput uit de Romeinse tijd teruggevonden. In die tijd waren Oedelem, Maldegem en Aardenburg de meest noordelijke bewoonde plaatsen in de streek. Wat noordelijker lag was een groot moerassig gebied.

Het bakken van stenen was dankzij de klei uit de berg eeuwenlang een Oedelemse nijverheid. Al van in de vroege middeleeuwen, en wellicht zelfs nog vroeger, werden in Oedelem stenen en tegels gebakken in veldovens, onder meer voor de Brugse Hallen in Brugge (rond 1300) en het Sint-Janshospitaal. De eens zo bloeiende industriële steenbakkerij ‘Briquetteries et Tuileries d’Oedelem’ heeft de moderne tijden niet overleefd en sloot zijn deuren in 1967. De machinekamer met de beschermde armgasmotor, gasogeeninstallatie en dieselmotor is de stille getuige van de gloriedagen van de steenbakkersstiel.

Sint-Joris

De vroegste schrijfwijze ‘Diessele’ dateert van 1240, in 1906 werd het Sint-Joris-Ten-Distel.

Oorspronkelijk was het een desolaat heidegebied, behorende tot het Bulskampveld. Zeer lang bleef dit een bijna onbewoonde streek, met woeste gronden, een beetje bos, afgewisseld met poelen en uitgestrekte vijvers.

Volgens de overleveringen zou een edelman hier in de tiende eeuw een kapel hebben gebouwd ter ere van de Heilige Joris, als dank omdat hij tijdens een jachtpartij gered werd uit de handen van struikrovers. In het dorp getuigen het Pelderijn (van het woord pilori, schandpaal), de Kooldreef en het kasteel ‘de Lanier’ nog van de middeleeuwse heerlijkheid van Sint-Joris.

Het kanaal speelt uiteraard ook een rol in de geschiedenis van Sint-Joris. Lange tijd werd er vanuit Sint-Joris naar Gent en naar Brugge gevaren met de barges, de zogenaamde marktschepen.  Via het kanaal werd Sint-Joris van dennenstammen voorzien, de grondstof voor de belangrijkste nijverheid van het dorp: het lattenklieven of de ‘lattenspletterij’. Door een reeks opeenvolgende splijtingen van boomstammen dunne en smalle latjes worden bekomen. Die latjes werden gebruikt voor bepleistering en stucwerk. Vanaf 1888 kende de lattenklieverij in Sint-Joris een grote bloei, door de komst van het houtbedrijf Lemahieu. Heel het dorp was bij het lattenklieven betrokken. De latten werden ook naar het buitenland uitgevoerd. Door de komst van de moderne bouwmethodes na WOII behoort het lattenklieven voorgoed tot het verleden.

Kanaal Sint Joris